Paardenalfabet B

Wijken voor constante druk, 

maak een goede indruk

op je paard.

B. Wijken voor constante druk

Maak indruk op je paard met jouw druk.

Heb je wel eens gezien dat iemand op een paard afloopt en hem opzij wil duwen en dat het paard daar juist tegen in ging hangen?
Het is voor paarden natuurlijk om tegen druk in te gaan of er doorheen te lopen. Dat is een deel van hun natuurlijke overlevingsdrang of instinct. Moeder natuur leert hen, door tegen de druk in te gaan, los te komen uit de klauwen van een roofdier of door een obstakel heen te duwen dat in de weg staat, in de richting van veiligheid.

Om een partnership met een paard aan te gaan moeten we hem helpen deze angst en defensieve reactie om tegen druk in te gaan te overwinnen. We leren hem te wijken voor druk.
Met de constante druk leer je het paard te wijken voor druk.

Niet alle druk is hetzelfde.
Er zijn twee soorten;
1. Constante druk, fysieke druk.
2. Ritmische druk, fysiek loze druk.

Een paard wijkt makkelijker voor ritmische druk dan voor een constante druk. Door zijn natuurlijke vluchtgedrag is hij geneigd weg te rennen van een slingerend touw of zwaaiende handen. Bij constante druk zoals je die kan geven met je hand, been of halster, heeft hij de neiging tegendruk te geven.
Dat is de reden dat de constante druk lastiger is. Veel mensen zullen het vermijden of te weinig oefenen. In plaats daarvan doen ze dan de ritmische druk en denken dat hun paard al erg goed wijkt voor druk, zonder hun paard aan te raken. Als ze werkelijk constante druk uitoefenen, zullen ze merken dat hun paard terug duwt of nagenoeg niet reageert.



Waarom wijken belangrijk is.

Bij het ontwikkelen van communicatie met een paard, is het wijken voor fysieke druk een hele grote factor. Denk maar eens aan het volgende. Het halster, het bit, de benen, de teugels en je zit, behelzen allemaal fysieke druk. Als een paard niet weet hoe hij voor druk moet wijken, dan zal hij waarschijnlijk tegen het bit in drukken en aan de teugels trekken en amper reageren op je been en zithulpen. Je hoeft alleen je paard op de grond met je vingers rond te drukken om te zien hoe je paard is als je hem berijdt.


Hoe beter je paard wijkt voor druk, hoe makkelijker je je paard kunt leiden op de grond en in het zadel. Elke keer als je contact maakt met het halster, leadrope, bit, je been, je zit of je hand zou je paard respectvol en gewillig moeten reageren, zonder weerstand.


Principes van het wijken voor constante druk bij de training van paarden.
Er zijn vier principes.
Principe 1 – Intentie.

Dit ziet er uit als een ‘vastberaden blik’. Je blik zegt iets over je voornemen. Het regisseert de juiste lichaamstaal en de energie in je lichaam. Als je bijvoorbeeld een bank moet verplaatsen, verandert je expressie en verzamel je een bepaalde hoeveelheid energie in je lichaam. Dan pak je de bank op. Je doet dit niet met een ‘ik-kijk-tv-gezicht’.

De uitdrukking in je gezicht en de voorwaartse energie in je lichaam helpen je de intentie duidelijk over te brengen op je paard: “Wijk voor mijn opkomende druk.”

In Neutraal was je gezichtsuitdrukking zacht. Je lichaam was ontspannen en niet eisend. Als je geen verschil maakt tussen je gezichtsuitdrukking voor je neutraal en het wijken voor constante druk, zal je paard verward zijn door de tegenstrijdige signalen. Veel mensen maken geen onderscheid en zijn verbaasd dat hun paard hen niet begrijpt.


Principe 2 – constante druk.

Dit betekent dat de druk geleidelijk en constant wordt gegeven. Niet met tussenpozen.
Ritmische druk van dichtbij, zoals tikken met je vingers, kan vervelend zijn voor het paard.

Als je een levend, denkend en gevoelig wezen verplaatst met je handen, start je met een zachte druk, “een suggestie” en die druk bouw je geleidelijk op tot je een reactie krijgt. Maar hoe zacht is zacht? Een hoe sterk is sterk?


Principe 3 – Vier fasen van vriendelijke fermheid en ogenblikkelijk loslaten.

Er zijn vier fasen (ofwel vier stappen) voor het geven van druk. De eerste is zo licht mogelijk en de vierde is wat nodig is om effectief te zijn. Fase twee en drie zitten hier tussen.


Dit kan je een idee geven hoe het voelt.
Fase 1 – Druk op het haar (bijna als een vlieg)
Fase 2 – Druk op het vel
Fase 3 – Druk op de spier
Fase 4 – Druk op het bot



Elke fase dringt geleidelijk meer aan. Als het paard niet beweegt, neemt de druk toe en wordt steeds ongemakkelijker voor hem. Het moment dat het paard reageert door te wijken voor de druk of zelf probeert te wijken voor de druk, haal je alle druk gelijk weg. Het is niet de druk waarvan je paard iets leert, maar van het moment dat je de druk weghaalt. Valt de druk weg dan weet hij dat hij iets goed heeft gedaan.

Om een paard gevoelig te maken, moet je direct de druk kunnen weghalen bij elke fase, precies op het moment dat je paard ook maar de kleinste poging onderneemt. Als je de druk houdt als je paard heeft gereageerd, dan maak je hem juist ongevoelig en zal hij amper nog reageren. Hij zal minder gemotiveerd zijn om te doen wat je vraagt en je zult dus steeds meer druk moeten uitoefenen voor hij reageert.

Comfort is een grote motivatie voor een paard en je moet hem laten ervaren dat hij comfort krijgt als hij wijkt voor druk.

Los van te langzaam los laten, is de meest gemaakte fout het niet hebben van een fase 1 of een fase 4. Mensen hebben de gewoonte om in fase 2 en 3 te blijven. Door geen gevoel voor het paard te hebben en niet effectief te zijn wordt het paard reactieloos en respectloos.

Probeer fase 1 op je eigen arm en druk alleen op het haar. Kun je voelen hoe licht dat is? Een paard is zo gevoelig

dat hij een vlieg op zijn huid voelt zitten. Als je paard eenmaal begrijpt wat hij moet doen, zal hij elke keer met plezier doen wat je vraagt op de lichtst mogelijke druk.

Aan de andere kant van de schaal moet een fase 4 effectief zijn. Als je paard gewoon blijft staan terwijl jij uit alle macht probeert hem aan de kant te duwen, dan heb je nog geen fase 4 gevonden.

Als een paard weet dat er een effectieve fase 4 is,  neemt hij de verantwoordelijkheid om op de lichtere fase te letten. Als je niet effectief bent dan ben je eerder aan het plagen dan dat je iets bewerkstelligt.

Paarden zijn effectief tegen elkaar. Zij gebruiken altijd fasen, maar een niet geoefend oog zal ze meestal niet zien. Dat is de reden dat mensen gebeten en geslagen worden.

Een paard komt in de ruimte van een ander paard. De tweede legt de oren in zijn nek (fase 1),
hij knikt met zijn hoofd (fase 2), hij knikt zijn hals (fase 3) en dan bijt hij het andere paard. (fase 4). Het paard dat de ruimte binnen kwam nam geen notitie van de signalen dus werd hij gebeten. Denk je dat dit paard de volgende keer beter op zal letten?



Principe 4 – aai-druk-aai.

Elke keer als je jezelf voorbereid om indruk op je paard te maken met jouw druk, moet je hem eerst aaien. Druk je hem aan de kant en heeft hij gereageerd dan moet je hem weer aaien. Dit is vooral belangrijk in de aanleer fase.


Als je altijd je paard alleen aan de kant duwt zonder hem ervoor en erna te aaien, zal hij hier defensief op gaan reageren. Hij probeert aan je handen te ontsnappen door alvast te gaan wijken als je je hand al uitsteekt. Het geeft een gebrek aan vertrouwen, defensiviteit en soms angst aan, speciaal bij gevoelige paarden.

Hetzelfde paard is geneigd door het bit heen te lopen als hij de druk ervaart of je ervan te weerhouden je benen te gebruiken omdat hij er vandoor gaat als hij je benen voelt. Vluchten is niet goed. Dit paard snapt niet hoe hij moet reageren op fysieke druk. Aaien is een vorm van friendly game en erg belangrijk in de relatie tussen mens en paard. Als je eerst aait en dan druk uitoefent in oplopende stappen en je laat ogenblikkelijk los op het moment dat het paard beweegt, dan geef je hem een aai. Je bent dan goed op weg om een goede fysieke communicatie te ontwikkelen.


Als je in het begin je paard leert te wijken voor constante druk, wees dan niet te veeleisend.
Vraag niet te veel en te lang. Vraag om een poging, en dan één stap of twee stappen en dan meer. Vraag niet om vijf stappen voordat de twee stappen makkelijk gaan. Dit zal je paard helpen je te begrijpen en te accepteren wat je wilt. Hij zal zich ook meer op zijn gemak voelen.

Als je twee maanden later nog steeds maar twee stappen krijgt dan is er iets niet in orde. Dit betekent dat je waarschijnlijk niet progressief genoeg bent en je paard raakt ongeïnteresseerd en verveelt. Probeer na verloop van tijd 10, 20 of 50 stappen met gemak te krijgen. Blijf jezelf uitdagen.

null


Richtingen

Er zijn veel richtingen waar je je paard heen kan laten wijken met druk:

  • Vooruit.
  • Achteruit.
  • Links (Voorhand en achterhand)
  • Rechts (Voorhand en achterhand)
  • Omhoog.
  • Naar beneden.


Je kan je paard vragen te wijken in verschillende richtingen met verschillende delen van zijn lichaam. Je kunt obstakels introduceren en uitdagende taken voor jou en je paard bedenken. Laat je verbeelding zijn werk doen.

In plaats van te beginnen met je vingertoppen zou je het puntje van je carrotstick kunnen gebruiken. Als je deze 1,25 m. lange stick gebruikt dan kun je druk uitoefenen op bijvoorbeeld zijn borst, nek en heupen terwijl jij op een veilige afstand blijft. Omdat de carrotstick stijf en sterk is, is hij effectiever dan je vingers. Sinds ik het wijken voor constante druk met de stick aan de mensen leer, komen de resultaten vaak sneller en makkelijker. Gebruik de stick om het wijken voor druk aan je paard te leren en je vingers om het te verfijnen.


Tegengestelde reflex.

Velen van jullie weten wat hiermee bedoeld wordt, maar wisten misschien niet dat er een term voor was. Tegengestelde reflex is een verdedigende reactie waardoor een paard tegen de druk in gaat in plaats van ervoor te wijken. Bijvoorbeeld als je je paard van je teen af wilt duwen en hij met zijn schouder juist harder terug duwt.

Het is belangrijk te weten dat dit geen ongehoorzaamheid is. Het is zijn instinct, en dus een totaal natuurlijke reactie van je paard. Het paard is een prooidier die van nature tegen druk in gaat.

Een paard dat bijt en slaat bij de eerste keer dat je hem laat wijken voor een constante druk, reageert met een tegengestelde reflex tegen druk. Het ergste wat je nu kunt doen is hem hiervoor straffen. Het op één na ergste dat je kunt doen is de druk weg nemen. Behalve als het gevaarlijk voor je wordt. Je houdt de druk tot je een positieve reactie krijgt. Anders leer je je paard gevaarlijk te reageren op druk.

De sleutel is om vriendelijk, aanhoudend en passief in de juiste positie te blijven. Houd de druk aan in de fase die je hebt bereikt, tot het paard de puzzel heeft opgelost. Onmiddellijk als het ongewenste gedrag stopt haal je de druk weg en aai je hem tot hij zijn lippen likt. Een paard likt zijn lippen als hij van reactief naar denkend overschakelt. Dan begin je weer bij fase 1 en blijf je het herhalen tot je een positief antwoord krijgt.

Handen die langzaam sluiten.
Een van de geheimen om een goed gevoel voor je paard te krijgen is handen die zich langzaam sluiten en snel openen. Dit leer je met de vier fasen van vriendelijke fermheid. Van nature zijn wij geneigd om met onze handen te grijpen, snelle bewegingen te maken of te prikken in plaats van constant beleefd te duwen.

Snel sluitende handen wekken verzet op in je paard of een ongeïnteresseerde reactie. Kijk maar eens naar de grote paardenmensen. Zij gebruiken hun handen met gevoel. Hun vingers sluiten langzaam, één voor één en openen heel snel als het paard het goed doet. Zulke handen hebben een goede communicatie. Gevoel voor het paard wordt door het paard gewaardeerd.

Wijken voor constante druk wordt belangrijker op een hoger niveau. Je paard wordt erg licht en reageert snel. Hij begrijpt hoe hij moet wijken voor de druk en doet dat als je het vraagt. Je beenhulpen, handen en communicatie worden bijna onzichtbaar.