Als kind was ik al gek op paarden. Maar thuis waren de mogelijkheden beperkt. Mijn moeder was alleenstaand en werkte hard om rond te komen. Paarden waren geen vanzelfsprekendheid. Toch deed ze alles wat binnen haar mogelijkheden lag. Ik mocht op les en één keer per jaar logeerde ik op een manege. Die week leefde ik helemaal op. Mijn eigen paard kwam pas veel later. Na een jaar chemotherapie in 2000 besloot ik mezelf iets te gunnen waar ik al mijn hele leven van droomde: een paard.
Een paar straten verderop stond een jonge merrie in de wei. Twee jaar oud. Ik stapte op de eigenaar af en niet veel later was ze van mij. Desiree. Wat heb ik van haar genoten. Maar als ik eerlijk ben, was ik toen ook nog zoekende. Ik wilde rijden. Ik wilde beter worden. Ik wilde lessen volgen, wedstrijden rijden, vooruitgang boeken. En dat allemaal op een paardvriendelijke manier. Tenminste, dat dacht ik. Want hoewel de lessen resultaat opleverden, voelde het niet altijd goed. Mijn paard deed braaf wat er gevraagd werd, maar ergens liet ze ook zien dat er iets niet klopte. Ze werkte mee, maar werd ze echt begrepen? Die vraag bleef knagen. Toen bezocht ik een demonstratie van Monty Roberts. Voor het eerst zag ik iets wat mij diep raakte. Een manier van omgaan met paarden die niet draaide om controle, maar om begrip. Om communicatie. Ik wilde daar meer van weten.
Later kwam ik in aanraking met Humphrey Dirks, een Parelli instructeur. Ik begon te studeren, te oefenen, fouten te maken, opnieuw te proberen en steeds meer te ontdekken. En toen gebeurde er iets bijzonders. Niet mijn paard veranderde.
Ik veranderde.
Ik begon anders te kijken.
Ik begon dingen te zien die ik daarvoor niet zag.
Signalen.
Emoties.
Spanning.
Vragen die mijn paard stelde zonder woorden.
En hoe meer ik leerde, hoe meer ik ontdekte hoeveel ik nog niet wist. Desiree was me daar dankbaar voor. Niet omdat ze ineens een ander paard werd. Maar omdat er ruimte ontstond voor echte communicatie.
Voor samenwerking.
Voor wederzijds begrip.
Vorig jaar heb ik afscheid van haar moeten nemen. Ze werd 25 jaar. Nog steeds mis ik haar. Tegenwoordig heb ik een jonge ruin. Met hem begon opnieuw een avontuur. Hij heeft een aangeboren afwijking waardoor hij geen rijpaard kan worden. Dat was moeilijk. Rijden is altijd mijn grootste passie geweest. Maar opnieuw stelde een paard mij een vraag:
Kun je loslaten wat je dacht te willen?
Kun je opnieuw leren kijken?
Dus gingen we op zoek.
Naar wat wél mogelijk is.
Naar manieren om hem gezond te houden.
Om hem te laten ontwikkelen.
Om samen plezier te hebben.
En opnieuw ontdek ik hoeveel er nog te leren valt.
Wat je niet weet, weet je niet. En daarom zoek je er ook niet naar. Pas wanneer je nieuwsgierig blijft, gaan er nieuwe deuren open. Nu geniet ik ervan om hem vanaf de grond te trainen. Om samen te spelen in liberty. Om oefeningen te ontwikkelen die goed zijn voor zijn lichaam en leuk zijn voor zijn geest. Hij leert mij minstens zoveel als ik hem leer. Misschien is dat wel de grootste les die paarden mij hebben gegeven. Niet dat ik veel weet.
Maar dat er altijd meer te ontdekken valt.
Dat echte groei begint op het moment dat je durft te zeggen:
"Misschien zie ik nog niet alles."
En juist daar begint voor mij de magie van horsemanship.